Ik heb dit interview gedaan omdat ik graag meer wou weten over de huidige manier waarop de kinderen van de Coderdojo leren programmeren. Ik heb daarom 4 kinderen uitgekozen en ben samen met Bor gaan zitten voor een interview. De leeftijden van deze kinderen waren 7, 8, 12, 13. Ik heb dit interview in een groep gedaan in plaats van 1 op 1 omdat ik graag meer interactie en openheid wilde creëren. Bor vertelde dat de jongere kinderen zich misschien meer op hun gemak zouden voelen als ze andere kinderen om zich heen hadden waar ze al bekend mee waren. Aangezien ik wel van elk kind een apart antwoord wou heb ik er wel voor gezorgd dat iedereen de vraag beantwoorden.
Conclusie
Vragen gesteld bij het interview: Interview Vragen
Ervaring met VR
- Alle geïnterviewde leerlingen hebben ervaring met VR.
- Ze vinden het over het algemeen leuk, maar merken op dat langdurig gebruik duizelig kan maken.
- Een sessie van een half uur tot drie kwartier wordt als ideaal beschouwd.
- Redenen waarom VR leuk is:
- Het gevoel dat je in een spel zit
- Je kunt je armen gebruiken, wat een sterker gevoel van verbondenheid geeft
- Het voelt echt aan alsof je er echt bij bent
Ervaring met coderen
- Alle leerlingen hebben ervaring met coderen.
- Verschillende manieren waarop ze hebben leren coderen:
- Thuis begonnen met Scratch, later overgegaan naar Arduino (met hulp van een ouder)
- Zelf spelletjes maken
- Via werk (voor één leerling die werkt met beveiligingscamera’s)
- Bouwen van eigen computer
Moeilijkste aspecten van coderen
- Het kiezen van de juiste blokjes of code voor een specifieke taak
- Begrijpen van verschillende programmeertalen
- Het interpreteren van foutmeldingen (vooral bij Arduino)
Aanpak bij problemen
- Zoeken op internet
- Hulp vragen aan een ouder of collega
- YouTube-video’s bekijken
- Bij bedrijfsspecifieke software: vragen aan collega’s (omdat informatie niet online beschikbaar is)
Voorkeur voor leermethoden
- De meeste leerlingen geven de voorkeur aan zelf uitproberen:
- “Gewoon kijken wat er gebeurt”
- Alleen video’s of hulp zoeken als het echt niet lukt
- Ze vinden het belangrijk om zelf dingen uit te vogelen, omdat:
- Het leuker is als het lukt
- Je beter begrijpt wat je gedaan hebt
- Het makkelijker is om later aanpassingen te maken
- Ze zijn minder enthousiast over vooraf uitleg krijgen of tutorials volgen
Samenwerken vs. concurreren
- Samenwerken wordt als belangrijk gezien, vooral in een professionele context
- Voordelen van samenwerken:
- Verschillende expertises combineren
- Elkaars code kunnen begrijpen en integreren
- Nadelen van samenwerken:
- Soms kan het onhandiger zijn om met z’n tweeën te werken
- Ze zien voordelen in het combineren van verschillende oplossingen:
- “Het beste van de een, het beste van de ander”
Aanvullende inzichten
- Praktische ervaring wordt hoog gewaardeerd
- Er is een voorkeur voor visuele programmeertalen zoals Scratch
- Er is waardering voor het gevoel van voldoening dat komt met het zelf oplossen van problemen
Interviews
Interview met 4 Leerlingen tegelijk.
(0:00 - 0:10) Oké, dan ga ik die even hier neerleggen. De eerste vraag is, hebben jullie ooit iets gedaan met Virtual Reality? Ja. Allemaal al? Ja.
(0:10 - 0:15) Wat vonden jullie daarvan? Wel leuk. Ja, dat is wel leuk. Als je het voor lange tijd doet wordt het wel duizelig.
(0:15 - 0:23) Ja, dat is wel echt heel leuk. Op zich wel leuk. Maar als je het voor lange tijd doet word je wel duizelig, maar voor een korte tijd is het gewoon leuk.
(0:23 - 0:43) Ja, het is wel leuk. Een half uurtje, drie kwartier of zo is dat een top. Het wordt altijd daar in het techlab gegaan. We gaan er zo nog even kijken. Jullie zeggen allemaal leuk. Waarom is het leuk? Ja, je kan net alsof je in een spel zit, maar dan kan je ook nog echt met je armen. Ja, je bent net iets meer verbonden met het spel. Het voelt echt aan alsof je er echt bij bent. Ja.
(0:44 - 0:50) Dat maakt het inderdaad leuk. Hebben jullie ooit iets gedaan met coderen? Ja. Ja? Allemaal? Ja.
(0:51 - 0:55) Wel. Oké. De instap naar leren coderen is voor iedereen anders.
(0:55 - 1:04) Dus je kan op school beginnen, je kan zelf beginnen. Is er iemand die zegt, ik wil wel even delen hoe ik ben begonnen? Ik ben thuis. Mijn vader is een programmeur.
(1:04 - 1:10) Dus ik ben thuis een beetje begonnen met Scratch inderdaad. Daarna wel. Toen was dat naar Arduino en zo.
(1:10 - 1:20) Dus je bent wel begonnen met Scratch ook? En die instap, heb je daar hulp bij gehad? Ja, vooral bij mijn vader. Oké. Dus je had wel iemand die een beetje kon uitleggen wat ongeveer alles was? Ja, of YouTube filmpjes.
(1:20 - 1:31) Oh ja, dat helpt natuurlijk ook. Nog meer? Ja, vroeger gebruikte ik niet Scratch, maar iets anders of zo. Toen ging ik gewoon spelletjes maken.
(1:32 - 1:42) En ja, nu gebruik ik ook op mijn computer Linux. Oh ja. Dus je hebt je eigen computer gebouwd? Ja.
(1:42 - 1:45) Dan moet je er wel wat van coderen. Dan moet je er wel meer doen, ja. Klopt.
(1:46 - 2:05) Maar maak je dan ook je eigen, of pas je dan ook echt het hele BIOS aan? Als ik het zo even vraag. Ja, gewoon, maar met Linux kan je niet heel, het ligt er natuurlijk aan wat je gebruikt, welke versie. Je moet zeg maar een stuk meer, op Windows kan je makkelijker dingen doen.
(2:05 - 2:15) Kan je bijvoorbeeld apps slepen naar het prullenbak of zo. Maar dat kan helemaal niet op Linux. Linux niet? Ja, kan wel, maar dan moet je dat zelf natuurlijk allemaal instellen en programmeren.
(2:15 - 2:18) Oh, oké. Je werkt echt met een command line. Ja, ja.
(2:18 - 2:32) In plaats van dat je met iconetjes en dingetjes werkt. Van een van jullie of iets? Oh ja, bij dat bedrijf waar ik werk, dat is vooral beveiliging, camera’s. Maar die moeten dan ook in de gegevens komen, dus dan moet je als admin worden.
(2:33 - 2:37) Uiteraard. Wachtwoorden en al die dingen moet je dan ook aanpassen. Ja.
(2:37 - 2:46) Dat is allemaal in zo’n command manager van, weet ik niet. Maar dan moet je dus ook de hele computer en software moet je ook aanpassen. Ja.
(2:46 - 2:55) Voor de klant, wat die wil. Want hij moet of dat zien, of precies die boot zien aankomen. Het is vooral met sluizen en politie.
(2:55 - 3:03) Dus die moeten het wel goed kunnen zien en goed kunnen bewegen wanneer ze willen. En belangrijk dat het goed gaat natuurlijk. Ja, het moet vooral goed blijven.
(3:03 - 3:10) Want het is meestal 15.000 euro per kwartier dat het niet werkt. Zo. Want al die boten moeten blijven staan.
(3:10 - 3:17) Ja. De auto’s en al die dingen moeten wachten bij Amsterdam en bij Rotterdam. Dus dat is wel een verantwoordelijkheid.
(3:17 - 3:18) Dat is wel. Ja. Het is ook.
(3:19 - 3:25) Iedereen werkt. Ze worden dus aangenomen op waar je woont. Want ik woon een winkel natuurlijk.
(3:26 - 3:31) Dat is dus in de buurt van Alkmaar en daar zit dan de politie. Ja. En die hebben dus overal camera’s nodig.
(3:31 - 3:35) Ja. In het centrum en overal in Alkmaar. Ook hier in Schagen een paar.
(3:36 - 3:43) Ja, dus dat heeft te maken met de aanrijd tijd op het moment dat er bijvoorbeeld iets misgaat. Ja, want als het zo duur is dan moet het wel snel gedaan worden. Ja, ja, ja.
(3:43 - 3:45) Want ze wonen over het hele land heen daar. Ja. Ja.
(3:46 - 3:51) Dus. Goed. Jullie creëren hardware voor de klant.
(3:51 - 3:57) Ja. En waar je dan uiteindelijk het software voor schrijft om de specificaties voor je. Ja, dat moet dan weer op locatie.
(3:57 - 4:04) Oké. Dan heb je daar de informatie en de dingen voor nodig. Heftig.
(4:05 - 4:07) Mooi. Leuk om te. Ja, dat is ook wel leuk.
(4:07 - 4:13) Zo’n verantwoordelijkheid ook. En jij Sven? Ja, eigenlijk niet. Computer.
(4:13 - 4:17) Ja, ik heb wel mijn eigen computer gebouwd. Ja. Voor de rest.
(4:18 - 4:24) Nou en. Wij werken met een oud platform. Waar natuurlijk wel code achter zit.
(4:24 - 4:29) Maar de interface is. Ja. Grafisch.
(4:30 - 4:33) Grafisch. Ja. Nou duidelijk.
(4:34 - 4:43) Zijn er ook van jullie mensen of kinderen geweest die op een bepaald moment vast liepen. Dus stel je was aan het leren hoe je iets moet doen in Scratch. Of voor jou bij je werk.
(4:44 - 4:50) Dat er een moment was dat je dacht van. Oh, dit lukt even niet. Bij Arduino veel vaker dat je die meldingen.
(4:50 - 4:52) Erge meldingen krijgt. Sorry. Ja.
(4:52 - 4:56) Hoe ga je dit nou weer oplossen. Ja. En dat lus je dan op door.
(4:56 - 5:00) Ja, of op internet te zoeken. Of mijn vader te vragen. Maar zij het ook niet snapt.
(5:01 - 5:04) Dan gaan we filmpjes kijken. Ja. Of op internet ergens zoeken.
(5:05 - 5:07) Gewoon een stukje debugging. Dat is wel. Ja.
(5:07 - 5:11) Kijken wat er nou fout gaat. Is wel bekend. Ja.
(5:11 - 5:16) Dat is ook bij mij. Maar het is elke keer hetzelfde. Maar je kan niks op Google opzoeken wat het is.
(5:16 - 5:19) Van de klant zelf. Ja. Dus bij jullie is het echt vragen naar iemand.
(5:20 - 5:22) Ja. Als ik niet weet. Dan moet je het vragen.
(5:22 - 5:24) Want anders. Ja. Heb je het niet.
(5:25 - 5:30) En dan kan je ook niet verder. En ze hebben zo die informatie klaar. Want anders verliezen hun steeds meer geld.
(5:31 - 5:32) Ja. Dus het is. Ja.
(5:33 - 5:34) De hulp is er wel. De hulp is er. Zo.
(5:36 - 5:39) Ja. Ja. De volgende gaat een beetje in op.
(5:39 - 5:43) Waar liggen nou uitdagingen. Dus wat ik bij mijn concept natuurlijk wil gaan doen. Ik wil kijken.
(5:43 - 5:47) Hé. Waar lopen mensen normaal vast. En daar een stukje extra ondersteuning aan geven.
(5:48 - 5:53) Dus zijn er aspecten van het coderen. Waarvan jullie dachten. Dat was moeilijk.
(5:54 - 5:58) Kies gewoon de juiste blokjes. Voor wat je nodig hebt. Dus niet.
(5:58 - 6:01) Dus als je een bepaalde. Een bepaald iets wil uitvoeren. Dat je.
(6:01 - 6:05) Eerst nog moet uitvogelen. Wel. Wat voor blokjes.
(6:05 - 6:07) Of dingetjes. Of code. Je daarvoor nodig hebt.
(6:07 - 6:10) Dus niet per se wat de blokjes zelf doen. Maar wel. Welke ga ik gebruiken.
(6:10 - 6:12) Ja. Om een oplossing toe te komen. Nou ja.
(6:14 - 6:18) Ja. Ook verschillende taal natuurlijk. Ja.
(6:19 - 6:21) Uiteraard. Welke taal. Spreekt die dan het meeste aan.
(6:21 - 6:25) Waar heb je het meeste mee gewerkt. Python denk ik. Ja.
(6:27 - 6:28) Ja. En al die. Grote taal.
(6:28 - 6:30) Ja. En al die comments. Zeg maar.
(6:30 - 6:35) Dus al die. Die specifieke codes. Wat jij ook al zegt.
(6:35 - 6:38) Die blokjes. Ja. En wel weten welke je moet gebruiken.
(6:39 - 6:41) Als je bijvoorbeeld zegt. Noem me een poppetje. Zo.
(6:41 - 6:44) Ja. Dat is een soort van links beweging. Dan moet je wel eerst uitvogelen.
(6:44 - 6:46) Welke blokje je daarvoor nodig hebt. Ja. Als je niet weet.
(6:46 - 6:51) Welke blokje je daarvoor nodig hebt. Hoe ga je daar dan komen. Of welke kant gaat hij dan op.
(6:51 - 6:55) Dus informatie over de blokken. Ja. Bijvoorbeeld.
(6:55 - 6:57) In de specifieke taak. Ja. Ja.
(6:58 - 7:01) Wat doet het precies. Ja. En.
(7:02 - 7:06) Een groep stukje ernaast maken. Als ik dit wil doen. Dan moet je bijvoorbeeld zulke blokjes gebruiken.
(7:06 - 7:08) Want die doet dit of dit. Ja. Ja.
(7:09 - 7:20) O ja. Dat is natuurlijk. Als de blokjes goed gelabeld zijn, dan is het duidelijk wat je met het blokje kan.
(7:22 - 8:04) Hebben jullie ook rust dat je later opschrijft wat je hebt gedaan of wat wat precies doet? Wat voor blokje doet wat precies, wat voor comment doet, wat ook alweer. We hadden het al eventjes over hoe leer je nou.
(8:04 - 8:24) Voor jou was het uitleg van je vader bijvoorbeeld, via je baan. Zijn er wel specifieke dingen die jullie vinden dat was leuk? Uitleg, video’s of tutorials? Of zeg je gewoon ik ga het liefst aan het werk en ik zie wel waar ik uitkom? Ja, gewoon kijken wat er gebeurt. Gewoon kijken wat er gebeurt.
(8:25 - 8:36) Ja, als het dan niet lukt, dan bijvoorbeeld film bezoeken. Maar je moet niet alvast beginnen met een film, dan vind je nooit het zelf uit. Nee, dus echt een les over van tevoren hoe zou je dit precies doen.
(8:36 - 8:49) Misschien helpt het wel, maar het is minder interessant. Ik denk dat je beter de blokjes goed kan leveren. Dat je je makkelijker zelf uitvogelt, dan is het ook leuker als het eenmaal gelukt is.
(8:50 - 9:03) Nee, ik heb het wel zelf gedaan. Ik heb gewoon een filmpje gevolgd. Het lukt nu, maar wat nu? Wat heb je nu specifiek anders gedaan? Je weet zelf wat je hebt gedaan, dus als je iets wil aanpassen, is het natuurlijk ook leuker.
(9:03 - 9:12) Ja, als je het zelf gedaan hebt, dan is het makkelijker om iets aan te passen. Als je een filmpje gevolgd hebt, dan heb je de code gekopieerd en geplakt. Maar wat heb ik nou eigenlijk gedaan? Dat is een idee.
(9:13 - 9:24) Dus onthoud je het dan ook beter? Is er dan ook echt iets, kennis die je makkelijk bewaart als je iets zelf uitgevogeld hebt? Dan is het ook leuker. Want anders doe je gewoon wat het filmpje zegt. Dan is er niks aan.
(9:24 - 9:30) Ik heb iets gedaan en dan ga ik weer iets anders doen. Dus meer kunstje leren. Het is leuker als het gelukt is terwijl je het zelf gedaan hebt.
(9:31 - 9:41) Dan denk je, ja het is gelukt en ik heb een filmpje gegeven. Maar als je er zelf achtergekomen bent, geeft het ook een soort gevoel van, ik heb het zelf gedaan. Het gevoel van, dit is mij echt gelukt en ik heb dit gedaan.
(9:42 - 9:55) Het laatste stukje gaat over concurrentie of samenwerken. Zijn er wel eens dat je naar iemand anders’ code of iemand anders wat iemand anders heeft gemaakt, kijkt. En dat je denkt van zo, dat zou ik ook wel willen.
(9:56 - 10:02) En dat je dan aan de slag gaat. Een beetje samenwerken of zo van codes. Als je twee verschillende codes hebt.
(10:02 - 10:10) Of jij hebt je eigen. Dat is weer handiger dat je dat er bijvoorbeeld bij kan plakken. Ja, dat moet kunnen.
(10:11 - 10:16) Want het waren drie verschillende. De mensen die coderen, zeg maar. Fulltime.
(10:16 - 10:21) En je hebt mensen die langs gaan naar de klanten. En testen met hardware en software. Ja.
(10:21 - 10:29) Maar wat die mensen gecodeerd hebben, moet dan wel overkomen met wat er in de software zit. En de hardware. Anders werkt het niet.
(10:29 - 10:33) Anders hebben ze voor jou een wilhalles gedaan. Nee, dus een stukje samenwerking is ook wel belangrijk. Ja, dat is wel nodig.
(10:35 - 10:38) Goed communiceren. En ook inzet van de klanten is ook nodig. Ja.
(10:39 - 10:43) Want je moet wel weten wat je moet doen. Soms werkt het ook om met z’n tweeën te doen. Het werkt niet altijd.
(10:45 - 10:51) Soms is het juist onhandiger om met z’n tweeën te doen. Want je valt bij weer iets anders. Maar soms kan het wel helpen om met z’n tweeën.
(10:51 - 10:58) Dus dat je met z’n tweeën hetzelfde stukje code gaat proberen op te lossen. Omdat iemand anders misschien… Ja, het werkt allebei. Dan gaan we het samenvoegen.
(10:58 - 11:04) Het beste van de een, het beste van de ander. Dat je dat bij elkaar kan voegen. En dat helpt waarschijnlijk ook wel met leren.
(11:04 - 11:12) Dat jij later denkt van, oh, wat ik toen zo gedaan, kan ik op dezelfde manier oplossen. Nou ja. Nou, duidelijk.
(11:12 - 11:16) Heel goed. Dat was het, denk ik. Hebben jullie nog vragen? Nee, niet nu.
(11:17 - 11:20) Nee. Nou. Dat is mooi.
(11:20 - 11:23) Bedankt. Heel erg bedankt, jongens.