Om te kijken hoe goed mijn concepten zijn als ik kijk naar mijn requirements op concepten, A - B testing en al mijn literatuur onderzoek, heb ik een aantal onderwerpen bedacht die ingaan op de belangrijkste punten uit mijn onderzoek. Ik zal bij elk concept gaan kijken hoe er gebruik van wordt gemaakt van deze onderwerpen of dat er juist geen gebruik van wordt gemaakt.

Onderwerpen:

  • Immersion en interactie
  • Verschillende minigames of hetzelfde? Puzzel games
  • 1 of meerdere levels?
  • Presence & Agency
  • Narrative
  • Progression
  • Mogelijkheden tot Pair Programming
  • Design Principes
    • Physiological Comfort
    • Sound
    • Affordance
    • Environmental Comfort
  • Locomotion & movement
  • Behandeld de programmeer concepten die ik wil behandelen

Welke programmeer concepten wil ik behandelen

Programmeer concepten die ik wil behandelen komen uit mijn onderzoek naar bestaande trainingen en zijn:

  • Sequentiële instructies (Sequential instructions)
  • Variabelen (Variables)
  • Loops
  • Conditionele statements (if-else) (Conditional statements)
  • Functies (Functions)
  • Debugging

Conclusie

Met de 2 concepten die voldoen aan mijn onderzoek, namelijk: de Obstacle Course en de Escape Room heb ik een A - B test gedaan. Aan de hand van de uitkomst van deze test, mijn onderzoek en de hoge levels van immersion, presence en agency is de keuze voor mijn definitieve concept gevallen op de Escape Room

Maze

Dit concept zou een groot doolhof gebruiken waarin de kinderen veilig de weg moeten vinden om de verschillende programmeer concepten te leren. Hoe verder het kind komt in het doolhof des te moeilijker zullen de minigames worden. Met behulp van If statements zouden de kinderen kunnen wachten op bepaalde condities of met een loop zouden ze sneller kunnen gaan door een stuk dat zichzelf herhaalt.

In dit concept maak ik gebruik van verschillende minigames. Het vooruit, links, rechts en achteruit beweging zou ik doen door de programmeer blokken die ik ook heb gebruikt in mijn proof of concept. Voor de rest zou ik verschillende minigames kunnen maken rondom het gebruik van variabelen, loops en conditionele statements. Dit concept zou bestaan uit 1 level met verschillende minigames waarin ik dus alle programmeer concepten die ik wil behandelen voor kan laten komen.

De immersion in dit concept zou hoog zijn omdat het kind in een echte first person view zit. Het lijkt dus net alsof ze zelf door het doolhof heen lopen. Dit betekent dat Presence in dit concept hoog is. Het kind heeft controle over zijn bewegingen door het neerleggen van de programmeer blokken maar dit is geen directe controle. Agency is in dit concept dus lager.

Het maken van een narrative in dit concept is ook mogelijk. Ik zou namelijk het kind een reden kunnen geven om het doolhof te ontdekken aan de hand van een verhaal. Progression zou wat lastiger zijn in dit concept omdat ik niet aan het kind kan vertellen hoe dicht ze bij het einde zijn. Dit zou namelijk voor demotivatie kunnen zorgen als het kind de verkeerde kant op gaat. Pair programming daarin tegen is iets wat ik in dit concept niet naar voren zou laten komen. Het concept gaat er natuurlijk om dat het kind zijn eigen weg vindt en om dit voor te laten zeggen door iemand anders zou niet in het concept passen. Dit zou ik eventueel wel kunnen doen door een ander kind mee te laten kijken in plaats van een eigen karakter te besturen. Dan zou het alleen geen Pair programming meer zijn.

Als ik kijk naar de verschillende design principes van VR dan zou dit concept voldoen aan sound & affordance. Physiological comfort en environmental comfort zijn lastiger in dit concept aangezien het doolhof groot moet zijn en het kind zelf de bewegingen moet uitvoeren zoals draaien.

Locomotion en beweging zijn in dit concept artificieel. Na mijn expert interview met Martin van Son en mijn onderzoek naar Locomotion zat ik met wat vragen rondom dit concept. Ik had namelijk bij dit concept bedacht dat ik gebruik zou maken van een ‘first person view’ zodat het voor het kind echt lijkt alsof hij/zij in het doolhof staat. Echter ontdekte ik later dat dit misschien niet de beste keuze was aangezien dit soort artificiele locomotion kan zorgen voor misselijkheid en duizeligheid.

Om deze reden viel dit concept af.

Debugging Game

Dit concept gebruikt puzzels waar al code in zit. Deze code zou fout zijn en de kinderen zouden moeten kijken wat er fout gaat, waar dit terug te vinden is in de code en hoe ze dit kunnen oplossen. Dit zou ervoor zorgen dat de kinderen meer leren over ‘debugging’.

In dit concept maak ik gebruik van verschillende debugging games. Deze minigames hebben allemaal een stukje foute code dat het kind moet verbeteren. Dit concept zou bestaan uit 1 level met verschillende debugging games.

De immersion in dit concept zou hoog zijn omdat het kind in een echte first person view zit. Wat voor wereld hier omheen gebouwd zou kunnen worden is voor mij nog onduidelijk, maar omdat het kind zelf controle heeft over zijn/haar acties en via een first person view werkt is de Presence & Agency hoog in dit concept.

Het maken van een narrative in dit concept zou gaan via de puzzels die het kind moet oplossen. Progression zou ik kunnen toevoegen door te laten zien hoeveel debugging puzzels het kind al heeft opgelost en hoeveel er nog oplost moeten worden om een doel in het verhaal te bereiken. Pair programmingzou mogelijk zijn in dit concept door samen te werken aan een van de puzzels. Dit zou zelfs een groot deel kunnen zijn van het concept omdat debugging in de programmeer wereld ook beter werkt met een partner.

Als ik kijk naar de verschillende design principes van VR dan zou dit concept kunnen voldoen aan sound, affordance, physiological comfort en environmental comfort.

Locomotion en beweging kunnen in dit concept fysiek of artificieel. Met fysieke locomotion zou ik ervoor kunnen zorgen dat het kind van puzzel naar puzzel wordt geteleporteerd. Als ik dit oplos met artificiële locomotion zou dit kunnen lijden tot misselijkheid en duizeligheid.

Het probleem met dit concept ligt in het behandelen van al de programmeer concepten. Aangezien dit concept gebouwd is op debugging gaat het meer om het oplossen van problemen dan om het leren van het schrijven van eigen code.

Om deze reden viel dit concept af.

Obstacle Course

Dit concept gebruikt een obstacle course waar kinderen een karakter doorheen moet helpen. Dit concept lijk een beetje op het concept rondom een maze/doolhof maar er zijn een aantal verschillen.

In dit concept maak ik gebruik van verschillende minigames in de vorm van obstakels. Het vooruit, links, rechts en achteruit beweging zou ik doen door de programmeer blokken die ik ook heb gebruikt in mijn proof of concept. Voor de rest zou ik verschillende obstakels kunnen maken rondom het gebruik van variabelen, loops en conditionele statements. Dit concept zou bestaan uit meerdere levels met elk level een eigen obstakel/minigame waarin ik dus alle programmeer concepten die ik wil behandelen voor kan laten komen.

De immersion in dit concept zou lager zijn dan de andere concepten omdat het kind toekijkt op de wereld in een soort third person / isometric view. Dit betekent dat Presence in dit concept lager is dan bij andere concepten. Agency zou in dit concept wel hetzelfde zijn omdat het kind alsnog volledige controle heeft over de spelwereld.

Het maken van een narrative in dit concept is ook mogelijk. Ik zou namelijk het kind een reden kunnen geven om het karakter te helpen om aan het einde van de obstacle course te komen aan de hand van een verhaal. Progression zou ik in dit concept erg duidelijk kunnen maken door een ‘level keuze’ scherm te maken waarop het kind kan zien welke levels al zijn gehaald en welke nog gehaald moeten worden.

Pair programming is ook mogelijk in dit concept. De kinderen zouden samen kunnen werken om door de obstakels course te komen. Aangezien beide spelers het dan van hetzelfde perspectief zien en in het zelfde level zitten zouden ze ideeën over de mogelijke oplossingen met elkaar kunnen delen.

Als ik kijk naar de verschillende design principes van VR dan zou dit concept voldoen aan sound, affordance, physiological comfort en environmental.

Locomotion en beweging zijn in dit concept fysiek. Omdat het kind met een third person view toekijkt op de obstacle course is er geen reden nodig om artificiële beweging toe te passen in dit concept.

Dit concept zou dus volgens mijn onderzoek niet afvallen, ook al is het niveau van immersion & presence lager dan in andere concepten.

Escape Room

Dit concept zou zich afspelen in een soort kamer of huis waar het kind uit moet ‘ontsnappen’. Aan de hand van het oplossen van puzzels in de vorm van minigames in deze ruimte kunnen ze ontsnappen.

In dit concept maak ik gebruik van veel verschillende en diverse minigames in de vorm van puzzels. Dit concept zou bestaan uit 1 level met verschillende puzzels/minigames waarin ik dus alle programmeer concepten die ik wil behandelen voor kan laten komen.

De immersion in dit concept zou hoog zijn omdat het kind in een echte first person view zit. Het lijkt dus net alsof ze zelf in een escape room rondlopen waarin ze volledige controle hebben over hun acties. Dit betekent ook dat Presence & Agency hoog zijn in dit concept wat zorgt voor extra motivatie, immersion en interest.

Het maken van een narrative in dit concept is ook mogelijk. Ik zou namelijk een verhaal kunnen vertellen over hoe het kind vast is komen te zitten in deze escape room en waarom ze moeten ontsnappen. De narrative zou er ook voor zorgen dat dit een escape room wordt in plaats van een normale kamer waar puzzels te vinden zijn. Progression in dit concept wil ik doen in de vorm van een soort to-do list die het kind in de kamer kan vinden waarop staat welke puzzels het kind allemaal nog moet doen en welke al zijn gedaan. Zo weet het kind hoever ze ongeveer zijn in het spel en kan ik er voor zorgen dat er een lineaire lijn zit in de moeilijkheid van de puzzels. Pair programming is ook mogelijk in dit concept. De kinderen zouden samen vast kunnen zitten in de escape room en samen moeten werken om te ontsnappen. Op deze manier kunnen ze overleggen over oplossingen van de puzzels en zo van elkaar leren.

Als ik kijk naar de verschillende design principes van VR dan zou dit concept voldoen aan sound, affordance, physiological comfort en environmental comfort.

Locomotion en beweging zijn in dit concept fysiek. Het kind kan of fysiek bewegen om door de escape room heen te lopen of ik kan bepaalde teleporteer punten op de grond neerzetten waar ze naartoe kunnen teleporteren.

Dit concept voldoet aan al mijn onderzoek en heeft een hoog level van immersion, presence en agency.