Waarom Anton Kooi
Anton Kooi is een docent op het Regius College in Schagen die les geeft met behulp van Virtual Reality brillen. Anton geeft les op basis beroeps en bepaalde vaardigheden zoals onder andere lassen worden eerst aangeleerd in de VR bril. Aangezien ik wou weten wat er allemaal bij een les met VR kwam kijken heb ik met hem een interview ingepland.
Conclusie
Uitdagingen bij het leren coderen
- Studenten hebben moeite met het bepalen van de juiste volgorde en prioriteit van codeerstappen.
- Het voorspellen van de gevolgen van een bepaalde coderegel is lastig voor leerlingen.
- Computational thinking, zoals beschreven door Steve Jobs, blijkt een uitdaging.
Introductie van nieuwe programmeerconcepten
- De docent gebruikt een curriculum dat breed interpreteerbaar is.
- Nieuwe concepten worden geïntroduceerd door:
- Uitleg van de functie
- Een voorbeeld creëren
- Tonen hoe je het kunt parametriseren
- Er wordt gebruik gemaakt van herkenbaar materiaal om concepten uit te leggen (bv. sensoren vergelijken met zintuigen).
Effectieve onderwijsmethoden voor coderen
- Praktische voorbeelden worden gebruikt, zoals het programmeren van robots.
- De docent laat leerlingen eerst zelf experimenteren voordat diepere uitleg wordt gegeven.
- Er wordt gebruik gemaakt van visuele programmeertalen zoals Scratch.
Voordelen van VR in codeeronderwijs
- VR stimuleert meerdere zintuigen, wat het leren effectiever maakt.
- Het biedt een kosteneffectieve manier om praktische vaardigheden te oefenen.
- VR kan angst wegnemen en zelfvertrouwen opbouwen bij leerlingen.
- Het maakt het mogelijk om veilig fouten te maken en te leren.
Zorgen over VR-implementatie
- Er is een gebrek aan kwalitatieve educatieve content voor VR.
- Het kost tijd om leerlingen te leren omgaan met VR-apparatuur.
- De ontwikkeling van VR-content is kostbaar en tijdrovend.
- Er is weinig doorontwikkeling van bestaande VR-toepassingen voor specifieke vaardigheden.
Rol van praktische ervaring
- Hands-on ervaring wordt als cruciaal gezien, vooral bij beroepsgerichte opleidingen.
- VR wordt gebruikt om praktische vaardigheden te oefenen, zoals lassen en installatiewerk.
Omgaan met frustratie bij leerlingen
- De docent benadrukt het belang van een goede instructie en een duidelijk kader voor leerlingen.
- Bij VR-toepassingen wordt de mogelijkheid om eindeloos te oefenen en fouten te maken als positief gezien voor het zelfvertrouwen van leerlingen.
Aanvullende inzichten
- Er is een groeiende markt en vraag naar VR-toepassingen in het onderwijs.
- Samenwerking met externe partijen voor de ontwikkeling van VR-content wordt als kansrijk gezien.
- 360-graden opnames worden gebruikt om realistische leeromgevingen te creëren, maar interactiviteit blijft een uitdaging.
Interview
(0:03 - 0:21) Hoeveel vragen heb je? Het zijn er 1, 2, 3, 4, 5. Ik had het bij mevrouw Le Baut ook zo gedaan, maar die heeft me gewoon verrassend gezegd. Dat kwam best wel ontzettend uit. Oh, met de check-QPT bedoel je? Ja, gewoon een transcribe inderdaad.
(0:21 - 0:29) Maar daar kwam nogal wat grappig uit. En ik bedoelte het niet, maar je moet niet U en A en OK en dat soort dingen tegelijk hebben. Nou, dat ging wel goed.
(0:31 - 0:45) En ik zal ook m’n kop aan. De eerste vraag gaat over coderen eigenlijk. Ja, neem je het al op? Ja, het staat op m’n telefoon.
(0:46 - 1:21) En dat gaat eigenlijk over, waar zitten daar nou de problemen? Waar hebben studenten nou moeite mee met wat voor concepten of wat voor stukjes? Stel echt, ligt nou het probleem of ligt nou de uitdaging? Oh, dat mocht ik niet zeggen. Ga je graag. Ik wil er even over nadenken, want als het gaat om een specifiek probleem met begrip over code, dan is het in eerste instantie vaak een volgorde.
(1:21 - 1:44) Dus volgorde bepalen of prioriteren. Ik weet niet of daar een term voor is binnen programmeren. En leerlingen zijn, tenminste in mijn leeftijdsfase, dus 13, 14, 15, 16, zijn letterlijk fysiek nog niet goed in staat om goed te prioriteren.
(1:44 - 2:11) En dan ook de gevolgen van een stap of een regel in dit geval, zodanig voor te stellen wat dat voor gevolgen heeft. En dat komt ook terug in het begrip van een programmamaker. Volgens mij heeft Steve Jobs dat ooit eens als computational thinking beschreven.
(2:11 - 2:21) Ja, dat leg ik ook aan leerlingen uit, als je dat wilt weten. Nee, ik heb zelf ook onderzoek over gehad. Zo begin ik ook met leerlingen.
(2:22 - 2:45) Als we een programma schrijven of als we een opdracht willen maken voor een robot, want ik laat ze vooral robots programmeren natuurlijk, dan geef ik ze een hele simpele opdracht. Jij maakt voor jezelf een broodje pindakaas. Welke stap neem je allemaal? Ik weet aan mijn hoofd dat het 42 stappen zijn.
(2:45 - 3:02) Maar als je minder dan dat hebt, dan komt er geen pindakaas op je brood. Nee. Als je begrijpt wat ik bedoel.
Dat klinkt heel gek. Ja, en de stappen moeten duidelijk zijn. Een stap van doe de mes in de pindakaas, dan kan net zo goed iemand het mes in de pot gooien.
(3:03 - 3:15) Ja, dat zal een robot niet doen. Nee. Maar wat ik dan terugzie in hun verhaal, is dat ze heel veel dingen vanzelfsprekend vinden.
(3:15 - 3:28) Dus dat de pot al open is bijvoorbeeld. Of inderdaad, hoe pak je de mes uit de la? Dan moet je eerst naar de kast toe lopen, de la open trekken. Dat zijn ongeveer de stappen waarin, wat ik goedkeur zeg maar.
(3:28 - 3:38) Het is niet zo van, ik gereid de handvat van het laatje een beetje. Ik beweeg mijn lichaam erachter. Dat is natuurlijk ook een goede code, maar dat is wel overdone.
(3:39 - 3:52) En zo kom ik dus ook aan die minimaal aantal stappen. Maar dat is voor leerlingen lastig om te voorspellen. Ja, dus om te voorspellen wat er nou gaat gebeuren.
(3:52 - 4:02) En wat er nodig is voor alles. Ja, ik denk dat dat voor mij ook wel een leuk puntje is. Want het gaat natuurlijk, ik zit nu met visual programming.
(4:02 - 4:14) Dus ik wil programmeren met blokjes. En daar is natuurlijk zo’n hiërarchie wel heel belangrijk. Want als je het blokje rechts een stapje te ver zet, dan kom je niet waar je denkt dat je gaat komen.
(4:14 - 4:17) Nee. Hé, hallo. Moi.
(4:18 - 4:23) Hoe gaat het? Dankjewel. Dit wordt allemaal opgenomen, Jorjaan. Ja.
(4:24 - 4:29) Compliment mag wel worden. Zeker. Even kijken.
(4:30 - 5:05) En dan, hoe worden nieuwe soorten concepten geïntroduceerd? Dus als er iets nieuws of iets bijgeleerd moet worden, wordt dat dan op een bepaalde manier aangeboden? Wij werken met de curriculum voor leerlingen. En dat curriculum is wel redelijk breed interpreterbaar, zeg maar. Maar als er voor leerlingen, jij bedoelt als er nieuw materiaal wordt aangeboden? Ja, dus er zijn een aantal standaard concepten, misschien variatoren of dat soort dingen zijn bekend.
(5:06 - 5:27) Ja. En als we nou een loepje moeten leren, hoe wordt dat dan aangeboden? Als het gaat om nieuwe dingen programmeren in de code, dan is het vaak eerst uitleggen wat of het doet. Dan een voorbeeld creëren.
(5:28 - 5:39) Meestal heb ik dan ook al iets staan wat werkt, bijvoorbeeld. Of waar vorige leerlingen succes mee behaald hebben. En dan uitleggen hoe je dat parametriseert.
(5:39 - 5:52) Dus even een simpele voorbeeld. Als ik leerlingen eerst leer hoe een robot moet bewegen. En dan gebruik ik hele simpele robots in de vorm van rotatie, motoren.
(5:52 - 6:05) Dus forward, backwards, rotate. En dan zo beginnen we. En dan gaan ze door een soort dolof heen om die stappen steeds te herhalen.
(6:05 - 6:18) En dus ook te zien wat de gevolgen zijn van hun code. De volgende stap is dan zo’n robot zelfstandig door zo’n meester laten gaan. Dus simpelweg, je voegt dan sensoren.
(6:18 - 6:30) In dit geval ultrasonic sensoren. Zo’n concept leg ik uit. Dus wat is een sensor? En dat breng je dan terug naar materiaal wat ze herkennen.
(6:30 - 6:44) Want wat zijn sensoren? Dat zijn zintuigen voor een robotsysteem of een robot. En dan de werking van een sensor. Ultrasone geeft een signaal af, et cetera.
(6:46 - 6:56) En dat laat je dan meeprogrammeren. En dat is in dit geval, want wij gebruiken veel scratch. Dus gewoon een andere kleur toevoegen.
(6:57 - 7:01) En daar vul je dan meteen je parameter in. En dan ook de actie. Dus je moet ook leren.
(7:02 - 7:10) Dat is wel, op het moment dat je op die manier wat nieuws inbrengt. Dat heeft wel weer gevolgen. Hoe je dan naar zo’n programma gaat kijken.
(7:11 - 7:18) Met betrekking tot if, then, et cetera. Ja, want, even kijken. Scratch is bij ons, gebruiken wij dus ook.
(7:18 - 7:25) Bij de Coder Dojo. Maar bij ons is het een beetje het probleem. Dat die kinderen die vallen nu eigenlijk in het programma.
(7:25 - 7:30) En het is succes. Maak maar wat je wil maken. Ga maar in gang.
(7:30 - 7:37) Terwijl er eigenlijk nog een stapje begeleiding nodig is. Wat zijn nou de standaard concepten. Of in dit geval dus variabelen.
(7:37 - 7:42) En if en boekjes. Die ze eigenlijk nog niet kennen. En daar ga ik nu dus mee bezig.
(7:42 - 7:51) Dat ben ik van plan om dus in stapjes uit te leggen. En dan in VR. Om daarmee te beginnen is misschien niet al.
(7:51 - 8:02) Als ik je die tip moet geven. Heeft niet altijd een voorkeur of een beter resultaat. Want kinderen zijn en volgens mij ook.
(8:02 - 8:08) Van nature nieuwsgierig. Dus die gaan heel gauw als ze het leuk vinden. Zelf iets proberen.
(8:09 - 8:15) Zonder dat ze weten wat ze doen. En als ze dat bijvoorbeeld een paar keer gedaan hebben. En iets lukt niet.
(8:15 - 8:23) Dan ontstaat er dan een beetje voorkennis. Met hoe het niet moet. Dat klinkt een beetje raar.
(8:23 - 8:34) Wij noemen dat in het onderwijs create cognitie. Waardoor er eigenlijk al zoveel neuronen in je brein worden getriggerd. Om met elkaar samen te werken.
(8:34 - 8:44) En dan kom jij. Je gebruikt nu een sensor. En die sensor moet je zodanig parametriseren.
(8:44 - 8:51) En daarna het gevolg. En dat ben je vergeten. Dus die eerste drie stappen kennen ze al.
(8:51 - 8:57) En daar voeg je dan kennis aan toe. En dat is hoe je brein het liefste werkt. Die wil associëren.
(8:58 - 9:07) Natuurlijk. En dan van die hele bults, hersenen, cellen die met elkaar verbonden zijn. Creëer je dan een makkelijker pad.
(9:08 - 9:13) Dus een stabiele connectie. Dus eerst maar even in het diepe. En wanneer ze bijna aan het flink zijn.
(9:14 - 9:22) Nou ja, je moet ze wel leuk laten zijn. Ja, want dat was bij ons een beetje het puntje. Die kinderen die gaan aan de slag.
(9:22 - 9:26) En dan die kijken ernaar. En die zitten, oké, ik wil wel wat maken. En dan lukt het niet.
(9:26 - 9:32) En dan is opeens alle motivatie die ze hadden gewoon weg. En dan gaan ze met iets anders aan de gang. Wat ze wel weer kennen.
(9:33 - 9:40) Een kinderbrein gaat op stimulatie. Dus het gaat op succes. Nou ja, daarom was er bij ons de gedachte.
(9:41 - 9:49) In ieder geval als ze misschien een beetje voorkennis inderdaad hebben. Dat ze dan het wel kunnen oppakken. En dan is een kader vaak al genoeg.
(9:51 - 10:01) Maar het is denk ik ook aan een docent om te zien van. Hé, ze maken geen vooruitgang. Zolang ze vooruit kunnen en dus door.
(10:02 - 10:18) Hebben ze dat probleem niet. Dan vallen ze niet terug in. Oh, dat lukt niet.
Ik gooi het aan de kant. Dus daar zou je als instructeur of docent natuurlijk bij moeten zijn eigenlijk. Nou ja, voor zoveel het kan.
(10:19 - 10:28) Kan natuurlijk niet iedereen aan het handje houden. Nee, dat is bij ons natuurlijk vooral wat minder mogelijk. Want als er 14 kinderen zitten en je bent er met z’n tweeën.
(10:29 - 10:36) Het is niet altijd. Een goede instructie is heel belangrijk. Dus wat wordt er van ze verwacht.
(10:36 - 10:44) En de start-up. Zodat ze dus inderdaad met wat tools aan de gang kunnen. En dan laat ze maar aan de gang.
(10:45 - 10:56) Want dan komen ze inderdaad natuurlijk tegen hun beperking aan. Of tegen de fouten van hun programmering. Daar ga je dan op door.
(10:57 - 11:04) Dat werkt. Een klein stukje voorkennis voor de rest. Laat ze zelf maar evolueren eigenlijk.
(11:05 - 11:14) Duidelijk. Dat was over programmeren. En dan nu nog twee vragen over Virtual Reality zelf.
(11:15 - 11:37) Want naar mijn onderzoek zijn er wel voordelen in lesgeven van die Virtual Reality bril. Heb jij dat ook gezien? Ja, dan wil je ook weten welke voordelen. Nou heb ik wat meer dan basis kennis over hoe het brein functioneert.
(11:37 - 11:50) En ik weet dat hoe meer delen je in je brein stimuleert of triggert. Hoe beter het associatieve geheugen functioneert. Dus ook het aanleren van vaardigheden.
(11:50 - 11:56) Ja, dat heb ik ook gevonden. Dus dat is één ding. En dat heb je met Virtual Reality.
(11:56 - 12:09) Wij zijn visueel ingestelde dieren. En hoe meer wij… Daardoor is die hele cortex achter je ogen. De functionaliteit en de informatieverwerking achter je ogen.
(12:10 - 12:18) Die is veel groter dan bijvoorbeeld iets van gevoel. Tast bijvoorbeeld. Dat doen we veel minder mee als brein.
(12:18 - 12:24) Dan met gehoor. En met reuk. En met visualisatie.
(12:24 - 12:38) Dus als je een VR-bril met geuren zou kunnen ontwikkelen. Dan heb je in ieder geval maximaal zintuigelijke input. Ja, maar het stimuleert natuurlijk al meer dan een normale les.
(12:38 - 12:52) En omdat het meer stimuleert is het meer effectief voor leerlingen zelf. Dus als het gaat om de manier waarop je VR aanbiedt. Ja, zie ik absoluut voordelen.
(12:53 - 13:03) Het is met betrekking tot waar je allemaal naartoe kunt in VR. Is het een hele goedkope oplossing natuurlijk. Dus dat is een voordeel.
(13:04 - 13:12) Je kunt iedereen hetzelfde laten beleven. Dus al je leerlingen, hoeveel je nou honderd of duizend leerlingen hebt. Die kun je allemaal exact hetzelfde laten zien.
(13:15 - 13:24) En het is heel realistisch. Als je kijkt naar, ik heb toevallig, ik weet niet of je die film al eens gezien hebt. Die heet Lawnmower Man.
(13:25 - 13:34) En dat is een verhaal van Stephen King. Die DVD geef ik je straks even mee. Want dat is een film die is uitgebracht in de jaren negentig denk ik.
(13:35 - 13:42) En die virtual reality is eigenlijk sinds 1985 of zo. Ja, toen een beetje vlak gevallen. Nu is het weer.
(13:44 - 14:01) Dus ten opzichte van dat is er al enorm ontwikkeling. Ik weet niet hoe die allernieuwste Apple is. Maar je kunt letterlijk via virtual reality als reality projecteren tegenwoordig.
(14:01 - 14:10) Ja, de Apple Vision Pro. Ja, dat is bizar. Dus in dat opzicht ga je natuurlijk alweer naar een voordeel.
(14:13 - 14:21) Ja, en er is veel mogelijkheid. Er zijn veel mogelijkheden. Wij bijvoorbeeld een virtual reality toepassing voor lassen.
(14:23 - 14:30) Een lassimulator. Die krijg je al in je virtual reality bril eigenlijk. Ja, ik heb letterlijk een lasstoortje in mijn hand.
(14:31 - 14:40) Ik heb een echte stalen plaat voor me liggen. Ik moet ook echt die machine instellen. Dat doe je dan gewoon handmatig zonder je VR-bril ook.
(14:40 - 14:52) Maar als ik ga lassen zie ik ook echt een smelbad. En ik hoor ook echt het knetteren van het lasproces. Het enige wat ik niet heb is de straling en de warmte.
(14:53 - 15:02) Dus dat heeft letterlijk voordelen. Maar wat ik dus ook weer prijstechnisch gezien. Wat ik heel kostenbesparend kan oefenen.
(15:02 - 15:11) Is die motorische ontwikkeling. De motorische vaardigheid van het lassen. Daar hebben wij letterlijk succes mee behaald.
(15:11 - 15:22) Ook met leerlingen die toch angstig zijn. Leerlingen die motorisch nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn. Het klinkt heel gek.
(15:23 - 15:37) Maar die kunnen in een tijd van 4 tot 8 uur. Tot een goede beginnende lascursus ontwikkelen. Ja, en de fouten kunnen ze maken in een omgeving.
(15:37 - 15:43) Ze kunnen oneindig veel fouten maken. En dat doet iets met je zelfvertrouwen natuurlijk. Het maakt niet uit.
(15:43 - 15:49) We beginnen weer opnieuw. Het is niet alsof je een echtstaan ook hebt verpecht. Nee.
(15:55 - 16:04) Vroeger was dat natuurlijk wel de manier waarop je mensen die er geen talent voor hebben. Gewoon moest trainen. Ga maar meters maken.
(16:05 - 16:12) Een meter lassen dat kost gewoon geld. Die machine kost ook geld. Dan praat je over een flink budget.
(16:12 - 16:21) Maar nu we hem hebben kost het niets. Nee. Dat zijn eigenlijk wel de hoofdpunten.
(16:21 - 16:28) Met betrekking tot de voordelen. Er zijn er wel meer. Maar dat zijn wel de dingen die het samenvatten.
(16:28 - 16:51) En zijn er nog nadelen of zorgen die erbij komen kijken? VR moet je dus echt trainen. Wat ik een nadeel vind is, het is toch niet zo toegankelijk als je in eerste instantie zou denken. Vooral voor leerlingen die echt blanco met een VR bril beginnen.
(16:51 - 17:08) Hebben wij letterlijk ondervonden. Dus daar hebben we ook een instructie voor ontwikkeld. Dus hoe ga je met VR om? Wat kan je doen in VR? Dus creëren we weer het kader voor leerlingen.
(17:09 - 17:18) Hoe ze moeten en met wie moeten omgaan. Op het moment dat ze in VR zitten. Dus voordat je zover bent.
(17:19 - 17:25) Dat vergt toch wel instructie. Maar als je eenmaal in VR bent. Dan spreekt het weer voor zich.
(17:25 - 17:36) Want dan werkt VR en neemt eigenlijk die taak voor je over. Het moet natuurlijk zo zijn dat je niet echt hoeft na te denken bij wat je aan het doen bent. Maar dat het zo natuurlijk moet ontworpen zijn.
(17:36 - 17:49) Dat het net lijkt alsof je echt aan het werken bent. Op school hebben we de meta. De Quest 2. En ik vind wel het opstartmenu.
(17:50 - 18:02) Het kiezen van programma’s of applicaties. Dat is heel makkelijk. Dat zet je op en je gaat het doen.
(18:02 - 18:07) Dus dat is wat ik bedoel. Voor die tijd. Dus voordat je een bril op hebt en het aan hebt.
(18:08 - 18:17) En je checks. Je controles en welke knoppen je moet bedienen. Daar heb je wel instructie op nodig.
(18:18 - 18:26) Want anders dan lopen ze tegen tafels aan. Nee dat klopt, dat gebeurt ook. Dat zag ik laatst op televisie.
(18:26 - 18:37) Met zo’n bril ook gewoon keihard een magnetron in de rand. Nou ja, dat is natuurlijk lachen. Dus dat is niet per se een nadeel.
(18:37 - 18:46) Maar wel als het gaat om onderwijstijd. Want daar ben je gewoon een kwartier, twintig minuten, misschien zelfs een half uur voor nodig. En als je maar één lesuur hebt, dan is je les om.
(18:46 - 18:55) Dus er komt nog een stukje voorbereiding aan vast. Waar niemand zoveel rekening mee houdt. Niet dat je de bril op doet en dan gaat het wel goed.
(18:55 - 19:05) Maar dat is dus niet het geval. En nog een nadeel waar wij echt tegen is content vinden. Dus goede content voor.
(19:07 - 19:17) Ik heb op een beurs een VR test gedaan. Voor het solderen van koperen buis. Dat doen wij hardware matig.
(19:18 - 19:26) Gewoon een buisje buigen. Daar heb je kracht voor nodig. Moet je schoonmaken, schuren, ontbramen.
(19:26 - 19:31) Er zijn een aantal handelingen die je moet verrichten. Om die koperen buis uiteindelijk te kunnen solderen. Aan een kraan bijvoorbeeld.
(19:33 - 19:40) En dat was zeer realistisch. Dus ik was echt heel blij. Dat er dus iemand is geweest die heeft gedacht.
(19:40 - 19:50) Dat soort instructies of dat soort oefeningen. Kunnen we ook in VR doen. Maar dat was het enige wat ik daarna ooit heb gezien.
(19:51 - 20:03) En de opzet hiervan heb ik vier jaar geleden. Voor het eerst als baanbrekend met VR in het onderwijs. En er is geen uitbreiding voor gekomen.
(20:03 - 20:14) Er zijn geen schroefdraad snijden of pijp fitten. In die tijd hebben ze het virtueel draaien op een draaibank. Hebben ze ook al opgezet.
(20:14 - 20:26) Maar dat is dan weer niet… Hoe zeg je dat? Ook weer niet verder ontwikkeld. Dus dan heb je een basis en instructie. Maar dan moet je toch echt weer bij de… Dat is op zich mooi.
(20:26 - 20:41) Maar je moet dan voor het echte werk weer aan een draaibank staan. Dat wil je ook uiteindelijk ook met die leerlingen. Dus als de insteek van dat programma… Kennis maken met op een veilige manier.
(20:42 - 20:51) Met een draaibank of met een gevaarlijke machine. Dan is het geslaagd. Maar het heeft geen diepgang voor de next step.
(20:51 - 21:02) Het is bij dat stapje en verder. Dus dat is jammer. En dan als je het echt wil inzetten voor ons.
(21:02 - 21:10) De praktische ontwikkeling in een beroepsrichting. Dan is er niks. Of heel, heel weinig.
(21:10 - 21:15) Dat is ook zo. Wij hadden precies hetzelfde probleem natuurlijk. Dat we dachten van nee, er is gewoon niks.
(21:15 - 21:22) En er zijn heel veel leuke dingen. Je kan al honderden shooter games. Of porno is er natuurlijk.
(21:22 - 21:30) Dat klinkt heel gek. Daar is natuurlijk veel geld aan te verdienen. Maar echt praktische toepassingen.
(21:30 - 21:43) Met betrekking tot leren met VR. Wat ik begrepen heb kost het ook heel veel geld helaas. Ja, maar als het één keer is gemaakt, dan is het gemaakt.
(21:43 - 21:51) En dan hoeft er niet maar één school gebruik van te maken. Nee, je hebt de markt. De markt is hartstikke groot.
(21:51 - 22:02) En het is ook gezegd dat het heel snel gaat groeien. Tenminste, die verwachting is er dat het de komende jaren wel steeds meer en meer zal groeien. Ik stap daar zelf inderdaad ook mee.
(22:02 - 22:11) Het is hartstikke goed om te leren. Het is er gewoon nog niet. Wij hebben wel een partner gevonden toen we de bril hebben aangeschaft.
(22:12 - 22:21) Dat heet Imagine. Die zit in Den Helder. Die zijn nu bezig met het ontwikkelen van content voor installatiewerk.
(22:22 - 22:34) Dus een één fase installatie. Dus stopcontacten, schakelaars, etc. En die draaien hun pilots binnenkort bij ons.
(22:34 - 22:42) Ah, interessant. Dus zij ontwikkelen. Ze komen met vragen vanuit de praktijk bij mij.
(22:42 - 23:03) Ik heb ze toevallig al 14 dagen terug alles verteld over schakelingen. Op het moment dat het werkt, of voor ons een werkbaar item is, dan kan ik letterlijk met mijn derdejaars beginnen in VR. Ze zelf opdrachtjes laten uitvoeren in VR.
(23:04 - 23:12) En dan kan het uitgerold. Ja, leuk. Leuk werk, denk ik.
(23:12 - 23:19) Ik denk het wel. En als het wat oplevert. Uiteindelijk moet het gewoon betaald worden.
(23:19 - 23:29) Maar er gaan, wat ik van hun begreep, echt veel uren in zitten. Ja, dat geloof ik ook wel. Ja, het moet allemaal gemaakt worden.
(23:29 - 23:47) Je hebt tegenwoordig wel heel veel, en ik weet niet in hoeverre dat inzitbaar is, je hebt natuurlijk wel heel veel materiaal om, ik noem maar wat 360 graden camera’s, om echt realistisch materiaal op te nemen. En dus ook de handelingen. En dat in VR te krijgen.
(23:48 - 23:53) Ja, dat kan al. Dat hebben wij ook gedaan. Ja? Ja, met 360 camera gewoon opnemen.
(23:54 - 24:08) En die houd je dan boven m’n nek, bijvoorbeeld. Dan ga ik m’n handelingen doen. Maar dat doe je nog niet zelf natuurlijk, hè? Nee, wij hadden dat als basis, of zeg maar, tijdens de MUNO als spelwereld.
(24:08 - 24:19) En dan hadden we gewoon het klaslokaal, dat was die spelwereld. En dat had je dan met een 3D camera, of 360 camera, had je die inderdaad opgenomen. En dan kan je gewoon rondkijken.
(24:19 - 24:22) Een rondje kijken. Ja. Hebben we ook zo’n camera.
(24:23 - 24:34) Hartstikke leuk was dat. Maar ja, het opnemen van handelingen. Je kan het terugkijken als video, maar je kan zelf niet onderbreken.
(24:34 - 24:41) Nee, het is niet interactief. Nee. Nou, dat is hem.
(24:41 - 24:44) Oké. Dat waren bij mij de vragen.